Help, mijn reserveringsruimte vervalt!

Regelmatig lezen we in de media dat het niet zo goed gaat met onze pensioenen. Ze worden niet meer geïndexeerd, wel gekort en het hele pensioenstelsel moet op de schop omdat het “niet meer te betalen is”. Nu bouw ik via mijn werkgever al een aardig pensioen op, maar ik maak me ook wel zorgen, nu er zo veel gewijzigd wordt.

Wie na zijn pensionering een extra appeltje voor de dorst wil hebben, kan kiezen om fiscaal voordelig te gaan sparen of beleggen via een lijfrente.

Disclaimer: Dit artikel is geschreven op basis van mijn eigen onderzoek en persoonlijke situatie. Ik ben geen financieel adviseur. Wil je beginnen met pensioen beleggen, doe dan zelf goed onderzoek of laat je adviseren door een financieel adviseur.

De lijfrente: 3e pijler van je pensioen

De overheid stimuleert het sparen voor de oude dag door dit fiscaal aantrekkelijk te maken. Dit noemt men ook wel “Lijfrente”. De lijfrente is naast de AOW en werkgeverspensioen de 3e pijlers in ons pensioenstelsel.

Er zijn drie vormen van lijfrente:

  • Pensioen sparen (spaarlijfrente)
    Je legt periodiek in op een geblokkeerde bankspaarrekening. Bij pensionering wordt van het gespaarde bedrag maandelijks een bedrag uitgekeerd.
  • Pensioen beleggen (Beleggingslijfrente)
    Vergelijkbaar met een bankspaarrekening, maar het ingelegde geld wordt dan belegd.
  • Premie verzekering (Lijfrenteverzekering)
    Een verzekering bij een verzekeringsmaatschappij. Je betaalt maandelijks een premie en de verzekeraar garandeert bij pensionering een vast bedrag per maand wat wordt uitgekeerd.

Ik richt mij op pensioen beleggen. Dit omdat pensioen beleggen mogelijk een hoger rendement geeft dan een pensioen sparen. Een lijfrenteverzekering is vaak een dure oplossingen omdat het risico bij de verzekeringsmaatschappij komt te liggen. Hiervoor betaal je een hoge premie.

In dit artikel van Brightpensioen zijn de voor-/nadelen van de verschillende vormen na te lezen.

Het voordeel van penioen beleggen

Bij pensioen beleggen hoeft er over het ingelegde bedrag geen inkomstenbelasting worden betaald. Dit wordt geregeld door het ingelegde bedrag af te trekken tijdens de belastingaangifte. Ook is het belegde bedrag vrijgesteld van vermogensrendementsheffing (VRH).

Daar tegenover staat dat het gespaarde vermogen pas vanaf AOW-leeftijd uitgekeerd mag worden. Vanaf dat moment moet er wel inkomstenbelasting over het uitgekeerde bedrag betaald worden. Maar omdat men tijdens de AOW meestal een lager inkomen heeft, betaald men op dat moment minder inkomstenbelasting.

Vanaf 2020 betalen we 37.25% belasting op inkomen t/m € 68.507.Iemand in de AOW-leeftijd betaald in de eerste belastingschijf maar 19,45% belasting (inkomen tot 34.712). In de tweede belastingschijf is het percentage 37.35% (inkomen tot 68.507). Aangezien het inkomen na pensionering vaak een stuk lager ligt (stelregel is 70%), betaalt men na de AOW-leeftijd aanzienlijk minder belasting over de uitgekeerde lijfrente, dan dat er tijdens de opbouwfase is afgetrokken.

Op de website van het NIBUD worden de overige voorwaarden van banksparen uitgelegd. Deze zijn vergelijkbaar moet die van een beleggingslijfrente.

Jaarruimte & reserveringsruimte

De overheid staat natuurlijk niet toe dat men onbeperkt fiscaal voordelig mag inleggen op een lijfrente. Een deel van het jaarinkomen mag gebruikt worden, afhankelijk van hoeveel pensioen opbouw er al plaats heeft gevonden. Dit wordt ook wel de “jaarruimte” genoemd. Met de online tool van de belastingdienst kan je de jaarruimte berekenen.

Het mogelijk om tot 7 jaar terug gebruik te maken van de niet gebruikte jaarruimte. Dit noemt men de reserveringsruimte. Ook deze kan je berekenen met de online tool van de belastingdienst. Er is er een voor berekeningen van 2015 en eerder en vanaf 2016 en later.

Wat gebeurt er na pensionering

Wanneer men de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt, kan het ingelegde bedrag omgezet worden in een lijfrente uitkering. Deze uitkering keert bruto een bedrag uit voor een vooraf bepaalde periode. De loonheffing naar de belastingdienst worden hierop ingehouden. Ook aan het uitkeren van een lijfrentepolis zijn spelregels verbonden. Op de website van het NIBUD worden ook deze spelregels beschreven.

Help, mijn reserveringsruimte vervalt

Ik heb voor mij en mijn vriendin de jaar- en reserveringsruimte berekend vanaf belastingjaar 2014. Voor de berekening gebruik je de aangifte en pensioenoverzichten van een jaar eerder, dus ik heb vanaf 2013 alle pensioen en belastingaangiftes in een handig overzicht gezet.

Wat blijkt, ik heb totaal nog 4.748 euro aan reserveringsruimte wat ik fiscaal voordelig mag beleggen. Mijn vriendin, daarentegen, heeft geen jaar- of reserveringsruimte over.

Als ik de reserveringsruimte van belastingjaar 2013 dit jaar nog gebruik, mag ik deze inleg in de aangifte van 2021 nog aftrekken, hierna komt deze reserveringsruimte te vervallen. Hier moet ik dus haast mee maken!

Ik vind de lijfrente aftrek een mooie regeling om fiscaal voordelig te beleggen en na pensionering iets extra’s te ontvangen. Ik heb me dan ook voorgenomen om dit jaar in ieder geval de jaarruimte van belastingjaren 2014 en 2015 benutten, door 1.633 euro in te leggen op een lijfrente beleggingsrekening. Bijkomend voordeel is dat ik hierdoor jaarlijks vermogensrendementsheffing weet te voorkomen, over het ingelegde bedrag.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *